‘Muziek is een liefde die je nooit in de steek laat’

xx

‘Muziek is een liefde die je nooit in de steek laat’

31/07/2019 in Artikelen

‘Muziek is een liefde die je nooit in de steek laat’

Zwollenaar Ricardo McDougal (41) doet het liefst wat hij al bijna zijn hele leven doet. Muziek maken. Rappen. Eerst met Opgezwolle, waarmee hij een van de pioniers werd van de Nederlandse hiphop en Zwolle op de kaart zette. Later als de eerste helft van het duo Rico & Sticks. En als muzikant en jongerenwerker in de Fakkelteit. ‘Muziek kan je helpen en een rode draad zijn in je leven.’ 

Een gesprek met Rico loopt als een waterval na een flinke regenbui – het blijft stromen en spat alle kanten op. Hij vertelt veel, enthousiast, open, gevoelig, lachend, serieus en uitgebreid. Over Wehkamp bijvoorbeeld, waar hij was met de reünie van alle Zwollenaren met een erepenning. ‘Al die pakketjes daar! Over die lopende band! Ik wist niet wat ik zag joh! Ik kreeg er kippenvel van. Mooi om te zien hoor, maar ik schrok ook wel, want ik dacht: dit is het toppunt van de consumptiemaatschappij.’ En over burgemeester Meijer, die hij een ‘topgozer’ noemt, die zelfs bij een van de hoogtepunten in zijn carrière was, het optreden van Rico & Sticks met Typhoon in de Ziggo Dome in 2016. ‘Iemand zei tegen ons dat de burgemeester er was. Euh? Dat had ik écht niet verwacht! Het is echt een aardige man. Jammer dat hij stopt.’

Oud
Zelf stopte Rico ook. Dat wil zeggen, eind vorig jaar hadden hij en Junte Uiterwijk (Rico & Sticks) hun laatste optreden. Voorlopig. ‘Voor hetzelfde geld hebben we weer een keer een album dat we willen laten horen.’ Voor nu voelt het goed. ‘Wij zijn oud in de hiphopwereld en we hebben achttien jaar getoerd. Dat betekent ieder weekend optreden, het hele land doorreizen en elke nieuwe week beginnen met een jetlag. Topsport was het. Laatst deden we nog een benefietoptreden en dat was hartstikke leuk, maar ik mis het niet. Aan een album werken, nummers schrijven, liedjes maken, dát is het leukste om te doen en dat blijf ik doen.’ 

Maestro
De extra tijd die hij nu heeft opent ook weer nieuwe deuren. Zoals die voor de competitie om de Zwolse Maestro, de titel die hij eind mei won. ‘Eerlijk gezegd dacht ik dat een dirigent meer voor de vorm voor een orkest stond dan dat hij een leidende rol zou hebben.’ Hij kwam er al snel van terug. ‘Toen ik voor jeugdsymfonieorkest De Vuurvogel stond, zat een deel me toe te lachen en lachte een ander deel me uit.’ Hij leerde dat expressie heel belangrijk is. ‘Kijk jij als dirigent chagrijnig, dan speelt het orkest ook zo en ben je energiek dan zijn zij dat ook.’ Voor de finaleavond in de Plantagekerk had hij een uurtje les gehad van de dirigent, een half uur met het orkest geoefend en thuis twee stukken ingestudeerd. Het eerste stuk ging erg goed, van de jury en het orkest kreeg hij negens. Het tweede stuk was heel anders, veel langzamer en ging minder. ‘Maar de rest deed het nóg minder’, lacht hij. Verder heeft hij geen dirigeerambities, maar ‘als ze me vragen voor de landelijke versie, zeg ik meteen ja!’.

Hiphop
Rico was al jong bezig met muziek, zijn eerste tekst schreef hij in groep acht. Geïnspireerd door de muziek die zijn vader luisterde. ‘In zijn woonkamer stonden vier van die gigantische Bose luidsprekers, in de keuken had hij wat ingebouwd en boven was ook van alles. Overal stond muziek aan. Calypso, salsa, Caribisch en veel dance en soul uit Amerika. Hij luisterde naar de Soulshow van Ferry Maat, die draaide hiphop.’ Rico begint te rappen: ‘I said a hip hop, Hippie tot the hippie, The hip, hip a hop, and you don’t stop, a rock it out… Ik vond dat leuk en dacht: laat ik dat ook maar proberen.’ Zijn eerste zin weet hij nog precies. ‘Ik schrijf dit liedje’. Hij moet er nu zelf om lachen. ‘Ik wist helemaal niet wat rappen was!’ Op zijn vijftiende leerde hij een jongen kennen die ook wat deed met rap, op zijn twintigste ontmoette hij Junte in Zwolle. ‘De rest is geschiedenis.’

Authentiek
In 2001 brak het los. Met Opgezwolle kregen Rico en zijn groepsleden een contract bij platenlabel Top Notch en zetten ze Zwolle op de kaart als stad, en als hét centrum van de Nederlandse hiphop. ‘De hiphopscene was nog klein. Wij waren pioniers. Er waren maar vier of vijf handenvol rappers, je kon ze allemaal noemen. Op mijn twintigste gaf ik workshops en als ik dan in een klas vroeg wie er rap kende, gingen er drie of vier vingers omhoog. Nu is het een overbodige vraag. Een mooie ontwikkeling.’ Terugkijkend op zijn tijd met Opgezwolle – in 2007 stopten ze – noemt hij het ‘wel een hele gekke’ tijd. ‘We traden overal op, alle deuren gingen open. Rappers vertellen over hun eigen leven, hun omgeving. Je kunt het dan hebben over een patatje bij de patatboer. Onze rap had echt een Zwols karakter, misschien ook wel omdat we hier wat afgezonderd woonden. Het was wat authentieker dan in het westen. Ik weet nog dat er fans uit Amsterdam naar Zwolle kwamen. Voor een soort pelgrimstocht. Dan gingen ze langs de straten waar wij het in onze nummers over hadden.’ Enigszins bizar noemt hij het dat er zelfs mensen waren die een tattoo lieten zetten van zijn gezicht.

Pittige afscheidstour
Anders, maar niet minder intensief was de periode rond de afscheidstour van Rico & Sticks. ‘Eind vorig jaar was een hele pittige periode. Ik had een zoontje van tweeënhalf, Mack, en was in oktober vader geworden van de tweede.’ Hij, Bobby, lag precies tijdens de afscheidsconcerten in het ziekenhuis. Zes weken oud. Met het voor jonge baby’s gevaarlijke RS-virus. Nu het ruim een half jaar later heel goed gaat met Bobby – ‘het duurde nog wel lang voor hij echt weer een baby was met volle wangetjes’ –  krijgt Rico het nog bijna te kwaad als hij erover vertelt. ‘Het was heel spannend. Zó zielig en triest om je kleintje zo te zien. Gelukkig maakte hij na vier dagen een bochtje, zoals de dokters het noemden. Toen ging het langzaam beter. Maar terwijl wij in Hedon op het podium stonden, was mijn vriendin bij Bobby in het ziekenhuis en loste ik haar na ons optreden af en bleef ik daar slapen.’ 

De Fakkelteit
Zo gevoelig als hij zich toont als het over die eerste maanden van Bobby gaat, zo is hij ook als hij vertelt over de Fakkelteit en zijn drive om zich in te zetten voor de jongeren die iedere maandag- en woensdagavond in Hedon langskomen om samen bezig te zijn met rap. Rico is er muzikant en jongerenwerker. Superleuk vindt hij dat. ‘Iedereen is er welkom, maar de laatste jaren bereiken we steeds meer jongeren die iets minder perspectief hebben en dat is mooi. Jongeren die eerst alleen maar thuis zaten bijvoorbeeld en die je na drie maanden zóveel sprongen ziet maken. Die zich stukken beter voelen, hier vriendschappen hebben gesloten en meer zelfvertrouwen hebben gekregen. Daar word ik heel gelukkig van.’ Heftig om dit te vertellen, zegt hij dan, het raakt hem. ‘Zeker nu ik vader ben kom ik er steeds meer achter dat kinderen écht van binnen moeten voelen dat er mensen zijn die van ze houden.’ Zelf heeft hij het nodige meegemaakt en als hij iets gemist heeft is het liefde en genegenheid. Dat zijn eigen moeder van hem hield, wist hij ergens wel, ‘maar ze had het wat meer mogen laten blijken.’ En misschien is dat – onbewust, zegt hij – wel waarom hij zo graag met jongeren werkt en ze wil laten zien dat ze gewaardeerd worden en dat er van ze wordt gehouden. ‘Muziek kan helpen en een rode draad zijn in je leven. Het is een liefde die je nooit in de steek laat.’ 

Vertrouwenspersoon
De Fakkelteit, blowen. Rico noemt het zelf. Moeten we het verder nog over zijn eigen verslavingsgevoeligheid hebben? ‘Prima, geen probleem.’ Hij is er open over. Helemaal sinds hij twee jaar geleden in Volkskrant Magazine vertelde over de tijd dat hij gebruikte. ‘Ik was toen vijf jaar clean en wilde dat als een soort afsluiter van een hoofdstuk in mijn leven. En ook om het uit de taboesfeer te halen, want daar is het nog steeds.’ Spannend vond hij het wel. Zouden mensen anders naar hem gaan kijken? Tegelijk was het ook een ‘soort van bevrijdend’. Vervelende reacties bleven uit en de jongeren van de Fakkelteit hebben het interview waarschijnlijk niet eens gelezen. ‘Ze weten het wel hoor.’ Zijn achtergrond helpt hem ook als vertrouwenspersoon voor de jongeren. ‘Ik kan ze niet van het blowen afhelpen, maar ik weet wel wat ik moet zeggen.’ Zo zet hij zijn ‘levenservaring in een positief jasje’, zegt hij. En die verslavingsgevoeligheid? ‘Ik weet nu dat ik mijn hele leven een risico loop.’

Erepenning gemeente Zwolle
Tijdens zijn muzikale carrière mocht Rico verschillende muziekprijzen in ontvangst nemen. Met Opgezwolle en met Rico & Sticks. Mooie prijzen, zegt hij, waar hij zeker blij mee is. ‘Maar muzieksmaak is subjectief. Dus als je zo’n prijs krijgt, wat zegt dat dan? Ik wil het niet stoer brengen ofzo, maar muziek is iets ongrijpbaars.’ Dan noemt hij liever die Zwolse onderscheiding die hij vorig jaar kreeg en die reünie waar hij sindsdien bij hoort. Het was tijdens het afscheidsconcert in Hedon. ‘Glenn (Typhoon) was er ook. Ineens kwam burgemeester Henk Jan Meijer het podium op. Gaf hij ons de erepenning van de gemeente Zwolle. Ik wist helemaal niet wat het was joh! Dat ben ik thuis gaan googelen’, lacht hij. ‘Maar het klonk wel heel groot en dat was het dus ook gewoon, dat je heel veel voor de stad hebt betekend, dat we Zwolle op de kaart hebben gezet met onze muziek en in mijn geval dat ik veel voor de jongeren heb betekend met Fakkelteit.’ Méér dan bijzonder noemt hij de onderscheiding. 

In de hiphopscene zijn wij oud, zegt Rico. ‘Alles wat we nu meemaken zal nieuw zijn. In Amerika zijn wel rappers van zestig die nog in en rond de muziek actief zijn, hier nog niet. Ik denk niet dat ik dan nog op het podium sta te springen, maar muziek blijft altijd een deel van mij. Ik kan het niet niét doen. Je komt ’s ochtends de studio in met niks en ’s avonds heb je een nummer. Dat is het mooiste wat er is.’

 

 

Rico’s favorieten

Boek
‘Ik lees eigenlijk heel weinig, maar als ik lees is het autobiografisch. Het laatste boek dat ik las is dat over Wim Kieft. Indrukwekkend om te lezen wat hij allemaal heeft doorstaan. Datzelfde geldt voor de drummer van Doe Maar, René van Collem. Ook over hem las ik een boek.’

Muziek
‘Mijn muzieksmaak is heel breed, Reggae, Techno… Ik luister niet heel veel naar rap, daar wordt zoveel in gepraat. Ik word er soms doodmoe van als ik er naar luister. Als ik het zelf maak heb ik daar geen last van.’

Keuken
‘De Surinaamse keuken is mijn favoriet, met veel kerrie. Ik kook zelf ook, maar niet graag. En als ik kook is het gewoon Hollandse pot. Van huis uit ben ik opgegroeid met rijst, dus aardappelen zijn voor mij bijna een delicatesse. Geef mij maar aardappelen, met een biefstukje en groente, zoals witlof. Echt lekker!’

Stad
‘Berlijn vind ik heel mooi. De stad is in de oorlog grotendeels plat gebombardeerd en heeft daarom een mooie mix van moderne architectuur en oude gebouwen. Ook de mensen vormen er een mooie culturele mix. Berlijn is heel veelzijdig en maar zes uur rijden.’

Natuur
‘Ik ben altijd al een liefhebber van de natuur. Ik zit nu ook in zo’n nerd-vriendengroepje waar ik mee vogel. De mannen met wie ik op pad ga hebben veel meer ervaring. Ik ben maar een amateur en ken misschien vijf à tien vogelsoorten, maar ik vind het heerlijk! In het bos voel je de rust in je lichaam komen en dat heb ik nodig. En als Mack meegaat en schrikt van de wind door de bomen, dan maakt me dat zelf ook weer even jong.’